Optimale adaptatie opfokgelten; hanteer een langere cooldown periode!

Publicatiedatum: 21-12-2023

Bij het introduceren van opfokgelten in een zeugenstapel is een goede adaptatie noodzakelijk om de gezondheid van de gelten gelijk te krijgen met de gezondheidsstatus van de zeugen. 

Dit is van belang bij externe aankoop van opfokgelten, maar óók bij de introductie van opfokgelten vanuit eigen aanfok.

Van belang daarbij is dat de gelten op het moment van introductie in de zeugenstapel:

  • Weerstand/immuniteit hebben tegen de belangrijkste kiemen die op het zeugenbedrijf voorkomen én
  • De kiemen ook niet meer uitscheiden

Weerstand of immuniteit kan opgebouwd worden door de dieren gericht te vaccineren met vaccins of op een natuurlijke manier de infectie door te laten maken (d.m.v. het besmetten van de gelten met de aanwezige bedrijfskiemen). Belangrijke ziekteverwekkers van luchtweginfecties zijn hierbij: PRRS-virus, Influenza-virus, Mycoplasma Hyopneumoniae en APP.

 

Een veel gemaakte fout bij de adaptatie van gelten is dat de “cooldown” periode (de periode tussen het besmetten van de gelten en het daadwerkelijk introduceren van de gelten in de zeugenstapel) voor vooral PRRS en Mycoplasma Hyopneumonaie te kort is. Een adaptatieperiode of “cooldown” periode van 6 weken is voor deze ziektekiemen normaal gesproken (veel) te kort.

Bij het hanteren van een te korte “cooldown” periode scheiden de opfokgelten, na de introductie in de zeugenstapel, nog ziektekiemen uit, waardoor de zeugen geïnfecteerd worden en de infectie in de zeugenstapel blijft circuleren.

Voor Mycoplasma Hyopneumoniae geldt dat opfokgelten tot 240 dagen na de besmetting nog Mycoplasma Hyopneumoniae uitscheiden.

Voor PRRS virus geldt dat geïnfecteerde gespeende biggen tot 157 dagen na infectie PRRS virus uitscheiden en dat opfokgelten tot 86 dagen na infectie PRRS virus uitscheiden.

Over het algemeen kan, voor veel infectieziekten, gesteld worden dat jonge dieren na infectie veel en langdurig ziekte kiemen uitscheiden en dat oudere dieren (oudere worps zeugen) na infectie vaak kortdurend en maar beperkt ziektekiemen uitscheiden.

Een vroege adaptatie (op bijvoorbeeld 10-12 weken leeftijd blootstelling aan de bedrijfskiemen) en vervolgens een lange “cooldown” periode van bij voorkeur 7 (tot zelfs 8 maanden) is dan dus het beste advies.  

Op veel bedrijven is een 7 maanden lange “cooldown” niet haalbaar, aangezien de opfokgelten niet tijdig worden aangevoerd of omdat de dekrijpe opfokgelten al voor of direct na inseminatie in direct contact komen met de aanwezige oudere worps zeugen op het zeugenbedrijf.

De “cooldown” periode kan worden verlengd naar 7 (of zelfs 8 maanden) door de opfokgelten:

  • Op jongere leeftijd aan te voeren (10-12 weken leeftijd)
  • De jonge gelten al tijdig te adapteren (besmetten / infecteren) met de aanwezige bedrijfskiemen (eventueel eerst de gelten bescherming mee geven tegen de aanwezige infecties op het bedrijf d.m.v. vaccinatie)
  • De opfokgelten apart te houden van de oudere worps zeugen, ook bij het insemineren en zelfs de volledige 1ste dracht (tot aan werpen).

Tijdens de lange “cooldown” periode is het uiteraard van belang dat de opfokgelten goed gescheiden worden gehuisvest van de oudere worps zeugen in een aparte quarantaine/adaptatiestal én dat de jongere opfokgelten niet de oudere opfokgelten infecteren of visa versa. Optimaal hierin is dat de opfokgelten in batches (groepen opfokgelten met een leeftijd tijdverschil van maximaal 4 tot 6 weken) strikt gescheiden van elkaar gehouden worden.

Het doel is dat alle gelten binnen een batch de infectieziekten doormaken en daarbij volledig herstellen en géén ziektekiemen zoals PRRS-virus of Mycoplasma Hyopneumoniae meer uitscheiden.  

Op het einde van de opfok (vlak voor de daadwerkelijke introductie van de opfokgelten in de zeugenstapel) is periodieke monitoring, door bloedonderzoek en luchtpijpswabs, mogelijk om te controleren of de gelten daadwerkelijk antistoffen hebben tegen PRRS-virus en Mycoplasma Hyopneumoniae én deze kiemen niet meer uitscheiden.

Een batchgewijze introductie van opfokgelten met een adaptatie op jonge leeftijd en vooral een lange “cooldown” periode is het begin van een stabiele productie en diergezondheid. Het introduceren van PRRS vrije opfokgelten in een zeugenstapel is hiernaast een noodzaak voor een PRRS vrije productie.  

 

Varkensarts Rick Janssen

Overige berichten

Erwin van de Wolfshaar kijkt terug op depop-repop

‘We zien nu hoeveel potentie gezonde dieren hebben’ Twee jaar geleden heeft Erwin van de Wolfshaar zijn zeugenlocatie in Aalten uitgebreid en opnieuw bevolkt. Ondanks dat hij PRRS niet buiten de deur kon houden, noemt hij de depop-repop een succes. Dusdanig dat hij het ook bij de andere zeugenlocatie van plan is. Het is vooral zoeken naar het juiste moment.
Lees meer

Landras van PIC 'beste van twee werelden'

Sinds enkele jaren werkt PIC aan het integreren van twee landrassen in één nieuwe lijn. Daarbij worden de positieve eigenschappen van L02 Engels Landras en L04 Danic landras optimaal benut. Het biedt de fokkerijorganisatie ook de mogelijkheid om sneller genetische vooruitgang te boeken. Varkenshouders gaan het verschil merken.
Lees meer

PIC onderzoekt het gedrag van varkens met behulp van digitale gedragsmetingen

Digitale gedragsmeting maakt het mogelijk om eigenschappen van varkens vast te leggen die voorheen moeilijk of onmogelijk te meten waren. Een recente studie onderzocht hoe deze gedragseigenschappen samenhangen met de groei en vleeskwaliteit van varkens én wat dit betekent voor de toekomst van varkensproductie.
Lees meer