Zelf zeugen fokken vraagt serieuze aanpak

Publicatiedatum: 29-11-2019

Hovawin BV, een bedrijf met 1.400 zeugen en 9.000 speenbiggen op twee locaties, koos in 2016 voor eigen aanfok van Danic zeugen. Via een rotatiekruising leveren de beste zeugen van stal de volgende generatie vermeerderings- en fokzeugen. Next Genetix begeleidt het proces, dat heel zorgvuldig wordt uitgevoerd. Selectie, opfok, administratie en adaptatie. “Als je het samen serieus aanpakt, dan lukt het goed om zelf zeugen te fokken”, zegt Marcel Höfkes. “Het bespaart ons kosten en verkleint het risico op insleep van ziekten.”

Het bedrijf van de familie Höfkes ligt in het buurtschap Kotten op nog geen 500 meter van de Duitse grens in de gemeente Winterswijk. Marcel Höfkes nam het bedrijf in 2015 over van zijn vader. Wat ooit begon als een klein gemengd bedrijf is ondertussen uitgegroeid tot een gespecialiseerd vermeerderingsbedrijf waar al vanaf 2014 met Deense genetica van Next Genetix wordt gewerkt. De volledige omzetting naar Deense genetica is gebeurd via aankoop van 25 kg gelten van Next Genetix fokbedrijf ‘Van de Pavert’. Juist op het moment dat er in de markt volop vraag was naar vleesbiggen met Deense genetica.

Al vanaf 1992 levert de vader van Marcel biggen aan Duitse afnemers. Op dit moment gaan de biggen (Danic x PIC408) via de Duitse handelaar naar een zestal verschillende Duitse vleesvarkenshouders. De biggen worden bij afleveren streng geselecteerd om altijd een goede kwaliteit te waarborgen. De iets minder bevleesde beerbiggen uit de rotatiekruising met zuiver lijnen en de biggen met een schoonheidsfoutje worden op het eigen bedrijf in Duitsland slachtrijp gemaakt.

Begeleiding van Next Genetix
Aanleiding om in 2016 voor eigen aanfok te kiezen was een combinatie van factoren. “Op de eerste plaats het verlagen van de kans op insleep van ziekten, maar ook het verlagen van onze kostprijs speelde een rol”, legt Höfkes uit. “Het werk dat erbij komt kijken heb ik misschien wel wat onderschat. Je moet het echt serieus aanpakken wil eigen aanfok ook het gewenste resultaat opleveren. Wat dat betreft ben ik blij met de ondersteuning van Next Genetix. Zij houden mij scherp, nemen werk uit handen en voorkomen bedrijfsblindheid.” Höfkes behaalt prima resultaten met de eigen aanfok. De zeugenstapel speent gemiddeld zo’n 34 biggen per zeug per jaar bij een afbigpercentage van ruim 90 procent.

Selectie zeugen en beren
Otto Offenberg en Nadieh Schleedoorn van Next Genetix bezoeken het bedrijf regelmatig. Dan wordt er een analyse van het aanfokproces gemaakt en worden de resultaten kritisch bekeken. “Ook bekijken we waar dingen afwijken van andere vergelijkbare topbedrijven”, vertelt Offenberg. “Daar kun je veel van leren.” Beschikken over een correcte administratie en betrouwbare cijfers vormen de basis onder de fokkerij. Zuivere lijns beren worden door Next Genetix geselecteerd op basis van de wensen van de zeugenhouder. Ook de selectie van de zeugen is belangrijk. Er worden vooral tweede worps zeugen gekozen, waarbij in de eerste worp probleemloos voldoende biggen zijn gespeend en de zeugen na spenen nog goed in conditie zijn. “Veel goede biggen spenen en toch conditie behouden is een belangrijke indicatie dat het om een robuuste, hoogproductieve zeug gaat. Daarnaast hebben wij een voorkeur voor zeugen die na het spenen weer snel berig worden. Dat soort zeugen gaan vaak lang mee”, weet Offenberg uit ervaring.

Quarantaine en adaptatie
Zeugen die met een zuivere lijns beer geïnsemineerd zijn krijgen na het dekken een oranje zeugenkaart. Daarop worden later in de kraamstal aantekeningen gemaakt over het aantal biggen, het geboorteverloop en de bigvitaliteit. Enkele dagen later bij de selectie van fokzeugjes telt Höfkes bij de biggen ook het aantal spenen. Dit moeten er minimaal 14 zijn. Fokbiggen krijgen direct na de geboorte een roze blik in. Beren uit deze tomen worden niet gecastreerd en krijgen een rood blik. De overige biggen een geel blik. De beren blijven op het eigen bedrijf tot ze slachtrijp zijn. Na spenen gaan de fokbiggen gewoon met de andere biggen mee naar de speenbiggenstallen welke hemelsbreed op 500 meter afstand van de zeugenlocatie liggen. Hier worden ze tot 12 weken separaat gehuisvest van de vleesbiggen. Dan volgt een tweede selectiemoment. Tweewekelijks verhuizen er 34-36 fokgeltjes vanuit de speenbiggenstal naar de quarantainestal op de zeugenlocatie, ook dit keer net als bij het spenen met eigen transport. Daar verblijven de dieren 8 weken, voordat ze doorschuiven naar de opfokstal. Deze verplaatsing is een derde belangrijk selectiemoment. In de opfokstal verblijven de dieren ongeveer 10 weken, waarin ook de adaptatie van start gaat. De jonge dieren worden daarvoor in contact gebracht met enkele slachtzeugen en er wordt mest uit de dekstal aangevoerd. De opfokstal heeft ook een buitenuitloop. Door de verschillende verplaatsingen en de buitenuitloop worden de gelten vlot berig.

Regumate-stal
Voordat de dieren op 35 weken leeftijd in de dekstal terecht komen, verblijven ze nog 4 weken in de ‘Regumate-stal’. Hier worden de dieren gedurende 18 dagen met Regumate gesynchroniseerd. “Het heeft even geduurd voordat wij dit onder de knie hadden”, vertelt Höfkes. “Het vergt naast rust, ruimte en regelmaat ook veel discipline van de medewerkers. Daarnaast hebben we het licht wat aangepast. Als team hebben we ook deze fase nu goed onder controle. Het synchroniseren met Regumate gaat perfect. Ik zou niet anders meer willen. De laatste maanden scoren de eerste worps zeugen maar liefst 16,2 levend geboren biggen per worp. Daar ben ik best tevreden mee, alhoewel mijn topcollega’s nog wat hoger zitten.”

Droogvoer
Tot halverwege de periode in de opfokstal, circa 25 weken leeftijd, krijgen de dieren onbeperkt droogvoer. Höfkes: “Wel verstrek ik het water aan de andere zijde van het hok zodat de dieren zich niet overvreten.” Vanaf 25 weken wordt er in de opfokstal aan een trog beperkt droogvoer verstrekt. Entingen gebeuren bij voorkeur steeds door dezelfde medewerker. Deze krijgt ruim de tijd om dit heel secuur en rustig te doen. “Doe je dit netjes, dan hebben de dieren het minste stress en werkt de enting het beste. Ook proberen we niet vaker dan eens per twee weken te vaccineren”, legt Höfkes uit. “Dan hebben de dieren de tijd om een eventuele ent-reactie rustig te verwerken.”

Plezier in het werk
De jonge varkenshouder vindt het belangrijk dat zijn personeel plezier in het werk blijft houden. Daarnaast verwacht hij wel dat ze focus hebben op resultaat en heel gedisciplineerd werken. Höfkes: “Daarom zit ik ruim in het personeel, dat geeft net die extra ruimte die nodig is om al het werk goed te kunnen doen en daarnaast geeft dit ook de mogelijkheid om bij ziekte en vakanties het werk goed op te vangen. Dat zie je terug in de resultaten.” Ook Schleedoorn van Next Genetix levert hier graag een bijdrage aan. “Ik probeer medewerkers zoveel mogelijk te betrekken bij de keuzes die er worden gemaakt en probeer ze steeds nieuwe uitdagingen mee te geven. Als je als team ergens echt voor gaat, dan blijkt er heel veel mogelijk.”

Overige berichten

Overige berichten

Transport en corona

In het huidige corona tijdperk is de voedselketen door de overheid aangemerkt als cruciaal. De agrarische sector is van vitaal belang voor de voedselvoorziening. Daarin speelt de fokkerij en het transport van dieren en sperma ook een belangrijke rol. Voor internationale transporten adviseren we u voor vertrek goed te checken of uw onderweg mogelijke problemen gaat ondervinden. Sommige landsgrenzen zijn gesloten voor personen, maar meestal wel open voor goederenvervoer. Wel kunnen aan de grens ongewenste wachttijden optreden. Op de website van Transport en Logistiek Nederland (TLN) kunt u de actuele stand van zaken vinden.
Lees meer

Geboortegewicht jaarlijks met 40 gram per big omhoog

Met PIC’s selectieprogramma gaat het geboortegewicht van biggen jaarlijks met 40 gram per big omhoog. Dit heeft een enorme positieve impact op de bigoverleving. Onderstaande grafiek laat de relatie tussen geboortegewicht en bigoverleving zien.
Lees meer

Relation based genomic selection versnelt genetische vooruitgang

Nakomelingen krijgen de helft van hun genetische eigenschappen mee van de vader en de andere helft van de moeder. De vraag is echter welke 50% van de genen krijgt dat dier. Dat betekent dus ook dat broertjes en zusjes niet automatisch 50% aan elkaar verwant zijn. Soms iets meer, soms iets minder. Door op basis van genomics de genetische relatie tussen dieren te berekenen en deze informatie toe te voegen aan de fokwaardeschatting, kun je nog beter de beste dieren selecteren. PIC doet dit al sinds 2013. De impact van Relation based genomic selection op het fokkerijresultaat is groot.
Lees meer